Eiseres, voormalig douaneambtenaar, ontvangt sinds april 2018 een WIA-uitkering. Op verzoek van haar voormalige werkgever is de WIA-uitkering herbeoordeeld, waarbij het Uwv heeft vastgesteld dat zij per 27 oktober 2020 meer arbeidsgeschikt is (50,3% arbeidsongeschikt in plaats van 80-100%). Dit leidde tot verlaging van haar uitkering per 1 december 2022. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het Uwv ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, ondanks dat eiseres in bezwaar niet fysiek werd onderzocht, omdat zij in beroep alsnog fysiek is onderzocht door de verzekeringsarts. De medische rapporten geven een consistent beeld van haar beperkingen, waarbij rekening is gehouden met haar klachten aan de rechterhand en arm. De rechtbank vindt geen aanleiding om de medische beoordeling onjuist te achten, ook niet vanwege het ontbreken van een verhoogd persoonlijk risico in de Functionele Mogelijkhedenlijst.
De arbeidskundige beoordeling is eveneens betrouwbaar bevonden; de geduide functies zijn passend binnen de vastgestelde beperkingen. De rechtbank concludeert dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres meer arbeidsgeschikt is sinds 27 oktober 2020 en verklaart het beroep ongegrond.
Ten slotte veroordeelt de rechtbank het Uwv in de proceskosten van eiseres en draagt het Uwv op het door haar betaalde griffierecht te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.