Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.a
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) betreffende overgenomen loonverplichtingen na faillissement. Verweerder stelde dat er geen appellabel besluit was en dat de bestuursrechter daarom onbevoegd was. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder verplicht is een besluit te nemen op het bezwaar, ook als het appellabel karakter wordt betwist.
De rechtbank constateert dat verweerder geen besluit heeft genomen op het bezwaarschrift van eiser, waardoor het beroep gegrond is verklaard. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000.
De rechtbank wijst het verzoek van eiser om de reeds verbeurde dwangsom vast te stellen af, omdat de invordering geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft en het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Verweerder wordt verplicht het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.