ECLI:NL:RVS:2022:557
Raad van State
- Hoger beroep
- J.TH. Drop
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen niet-beslissing omgevingsvergunning
Appellant heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verzocht om een omgevingsvergunning voor het reconstrueren van de keldermuur van zijn pand. Het college weigerde het verzoek te behandelen omdat het bouwplan deels betrekking had op het perceel van de buren die geen toestemming gaven, waardoor het college meende dat appellant geen belanghebbende was en er geen sprake was van een aanvraag.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar het college nam geen besluit op het bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het niet-tijdig beslissen op bezwaar ongegrond en het verzet tegen deze uitspraak werd eveneens ongegrond verklaard. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank niet ontvankelijk is omdat de Awb dit uitsluit. De Raad stelt vast dat het college nog steeds niet op het bezwaar heeft beslist en dat dit alsnog moet gebeuren. De Raad wijst verder de overige bezwaren van appellant af en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en bepaalt dat het college alsnog op het bezwaar moet beslissen.