ECLI:NL:RBMNE:2022:2760
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden voor neef
Eiseres ontvangt sinds september 2019 een WW-uitkering. Naar aanleiding van een anonieme melding startte het UWV een handhavingsonderzoek waaruit bleek dat eiseres van november 2020 tot mei 2021 onbetaald post ophaalde voor het bedrijf van haar neef zonder dit te melden. Het UWV herzag de uitkering en legde een boete op.
Eiseres voerde aan dat zij de post alleen meenam als bezoek aan haar neef en geen vergoeding ontving. De rechtbank oordeelde echter dat deze werkzaamheden als relevante inkomstenbron moesten worden gemeld, ongeacht het ontbreken van betaling.
De rechtbank verwierp het verweer dat alleen reistijd meetelde als gewerkte uren omdat dit te laat was ingebracht. De berekening van het UWV werd aanvaard. Er waren geen dringende redenen om terugvordering of boete te matigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres moet het teruggevorderde bedrag en de boete betalen.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en eiseres moet het teruggevorderde bedrag en de boete betalen.