ECLI:NL:RBMNE:2022:2825
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en indexeringspercentage van een woning in Utrecht
De zaak betreft een beroep tegen de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van een twee-onder-één-kapwoning in Utrecht voor het belastingjaar 2021, vastgesteld op €482.000,- met waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde een lagere waarde van €465.000,- voor, terwijl verweerder de vastgestelde waarde handhaafde en onderbouwde met een taxatiematrix.
De rechtbank beoordeelde dat verweerder de bewijslast droeg en dat de taxatiematrix, gebaseerd op vergelijkingsmethode met referentiewoningen en een gedetailleerde waardebepaling, aannemelijk maakte dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Verweerder gebruikte een indexeringspercentage voor correctie van verkoopprijzen, gebaseerd op een marktanalyse van vergelijkbare eengezinswoningen in Utrecht.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende differentieerde bij het indexeringspercentage, met name niet rekening houdend met verschillen in inhoud, oppervlakte, staat van onderhoud en voorzieningen. De rechtbank verwierp dit bezwaar, stellende dat verdere differentiatie zou leiden tot onbetrouwbare indexeringspercentages vanwege een te klein aantal transacties.
De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde voldoende is onderbouwd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €482.000,- wordt ongegrond verklaard.