ECLI:NL:RBMNE:2022:2873
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging politieregistraties op grond van de Wet politiegegevens
Eiser heeft op 8 december 2021 een verzoek ingediend tot wijziging van twee politieregistraties op grond van artikel 28 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg). De korpschef van de politie heeft dit verzoek op 28 december 2021 afgewezen. Eiser wilde onder meer dat in een registratie werd opgenomen dat het beleid van de politie om aangiften van eiser te bundelen en door te sturen naar het Openbaar Ministerie onrechtmatig is, en dat namen van politiemedewerkers bekend werden gemaakt. Daarnaast wilde hij in een andere registratie feiten laten opnemen over mishandeling door zijn ex-partner en onjuiste weergave van een telefoongesprek corrigeren.
De rechtbank heeft beoordeeld of de korpschef het verzoek tot wijziging terecht heeft afgewezen. Volgens de rechtbank is het recht op rectificatie in artikel 28 Wpg Pro niet bedoeld om meningen, indrukken of conclusies te corrigeren, maar alleen om onjuiste feiten te wijzigen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de feiten onjuist zijn of dat de registraties onjuist zijn weergegeven. Ook is er geen grondslag voor openbaarmaking van stukken over de afspraak tussen politie en OM of voor het opleggen van een boete aan de korpschef.
De rechtbank concludeert dat de korpschef terecht heeft besloten de registraties niet te wijzigen en verklaart het beroep van eiser ongegrond. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek tot wijziging van politieregistraties wordt ongegrond verklaard.