ECLI:NL:RVS:2020:69
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verwijdering politiegegevens uit Basisvoorziening Handhaving
Appellant had zich ziek gemeld bij zijn voormalig werkgever en de politie werd ingeschakeld toen er geen contact met hem kon worden verkregen. De politie heeft toen zonder toestemming van appellant zijn woning betreden, wat is vastgelegd in een proces-verbaal en mutatierapport. Appellant verzocht de politie om verwijdering van de betreffende gegevens uit de Basisvoorziening Handhaving (BVH), omdat hij meende dat de politie ten onrechte zijn woning was binnengedrongen en dat de registratie onjuist was.
De korpschef wees dit verzoek af omdat de gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de dagelijkse politietaak, rechtmatig verkregen zijn en niet in strijd met wettelijke voorschriften worden verwerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat hij niet had gesteld dat de gegevens onjuist waren en dat de politie niet bevoegd was zijn woning binnen te treden.
De Raad van State oordeelde dat het correctierecht niet ziet op meningen of conclusies, maar op feiten die onjuist zijn. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de feiten onjuist zijn; hij erkende zelfs dat de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. De gegevens zijn relevant en noodzakelijk voor de politietaak en het verwijderen ervan zou de informatiepositie van de politie ondermijnen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot verwijdering van politiegegevens bevestigd.