ECLI:NL:RBMNE:2022:2903
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag exploitatievergunning wegens onvoldoende betrouwbaarheid leidinggevende
Eiseres exploiteerde sinds 2018 een horecabedrijf en vroeg om omzetting van een exploitatievergunning naar een nieuw opgerichte B.V., welke werd ingetrokken vanwege slecht levensgedrag van de leidinggevende. Na intrekking exploiteert eiseres alleen bezorging en vroeg opnieuw een vergunning voor afhaal en ter plaatse eten, welke werd afgewezen op grond van dezelfde incidenten die de betrouwbaarheid van de leidinggevende in twijfel trekken.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de incidenten ondanks het tijdsverloop nog relevant zijn, wat een motiveringsgebrek oplevert. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat verweerder in de procedure alsnog een onderbouwde motivering geeft, waarbij wordt gewezen op een patroon van incidenten binnen de vijfjaarstermijn en recente incidenten in 2018.
De rechtbank volgt deze motivering en acht de afwijzing van de vergunning terecht. De stelling van eiseres dat er na 2018 geen incidenten meer waren en dat het afhalen slechts een klein deel van de omzet betreft, verandert hier niets aan. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten vanwege het motiveringsgebrek.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.