De werknemer, sinds 2005 in dienst als chauffeur, verzocht in september 2018 om minder te werken vanwege gezondheidsklachten die toen nog niet waren gediagnosticeerd. De werkgever stemde in met een aanpassing van 40 naar 32 uur per week, maar volgde niet de schriftelijke procedure zoals voorgeschreven in de Wet flexibel werken. Later bleek via een UWV-rapport dat de werknemer al vanaf 1 oktober 2018 ziek was, een situatie die noch de werknemer noch de werkgever kende bij het verzoek.
De werknemer vordert vernietiging van de aanpassing wegens dwaling en betaling van het loon over 40 uur per week, inclusief vakantiebijslag en wettelijke rente. De werkgever betwist het beroep op dwaling en stelt dat de werknemer de urenvermindering om andere redenen had aangevraagd en niet tijdig heeft geklaagd.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van wederzijdse dwaling omdat beide partijen niet wisten van de ziekte van de werknemer. De werkgever heeft de procedure niet correct gevolgd, waardoor het risico van een medische afzakker voor haar komt. De aanpassing wordt vernietigd, waardoor de arbeidsovereenkomst van 40 uur per week blijft gelden. De werknemer krijgt het verschil in loon over de periode 1 oktober 2018 tot en met 31 september 2020 toegewezen, inclusief 8% vakantiebijslag en wettelijke rente. De overige emolumenten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.