Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 juli 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 15 januari 2022, genummerd PL0900-2022011417-1, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende een verklaring van aangeefster [slachtoffer] , doorgenummerde pagina 15 e.v.;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 19 januari 2022, genummerd PL0900-2022011417, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende een verklaring van aangeefster [slachtoffer] , doorgenummerde pagina 26 e.v.;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 21 januari 2022, genummerd PL0900-2022011417, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, houdende een verklaring van aangeefster [slachtoffer] , doorgenummerde pagina 36 e.v.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 184 dagen;
180 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
taakstraf van 240 uren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 3.400,-;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 3.400,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 44 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;