ECLI:NL:RBMNE:2022:3025
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen herbeoordeling arbeidsongeschiktheid op grond van Wet WIA
Eiser, werkzaam als bewaker van een fietsenstalling, viel in november 2012 uit en ontving sinds oktober 2014 een WIA-uitkering. In februari 2021 stelde het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage vast op 43,42%, waarna eiser bezwaar maakte. Na aanvullend onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige werd het percentage verhoogd naar 49,71%. Eiser betwistte deze beoordeling en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt is.
De rechtbank beoordeelde of het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage correct had vastgesteld op basis van medische rapporten die zorgvuldig, consistent en begrijpelijk moesten zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had zijn oordeel gebaseerd op dossieronderzoek, telefonisch spreekuur en informatie van de behandelend sector, zonder aanwijzingen voor verslechtering rond de datum in geding.
Eiser leverde geen objectiveerbare medische gegevens aan die het oordeel konden ondermijnen. De rechtbank oordeelde dat de subjectieve klachten van eiser geen doorslaggevende rol spelen binnen de beoordelingssystematiek. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het herbeoordelingsbesluit van het UWV is ongegrond verklaard.