Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 7 april 2022;
- de voornemens afwijzen brief van de kantonrechter van 27 mei 2022;
- de brief van verzoekster, ter griffie ingekomen op 13 juni 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
De voormalige bewindvoerder is gestopt met haar onderneming en heeft met verzoekster B.V. afgesproken dat een aantal dossiers wordt overgenomen. Verzoekster vroeg om 50% van de beloning voor aanvangswerkzaamheden voor deze overgenomen dossiers in rekening te mogen brengen. Zij stelde dat de aanvangswerkzaamheden vergelijkbaar zijn met die van nieuwe dossiers en dat de rechthebbende voldoende middelen heeft om deze kosten te betalen.
De kantonrechter overwoog dat het overnemen van dossiers geen bijzondere omstandigheid is die rechtvaardigt om een lagere of geen beloning toe te kennen. De dossiers vertegenwoordigen een economische waarde van circa €1.000,00, waardoor de overnemende bewindvoerder profijt heeft van de overname. De kosten verbonden aan overdracht en aanvangswerkzaamheden vallen onder het normale ondernemersrisico en mogen niet worden afgewenteld op de rechthebbenden.
Daarnaast is in de regeling beloning vastgelegd dat alleen in uitzonderlijke situaties kan worden afgeweken van de forfaitaire beloning om te voorkomen dat het rechterlijke apparaat wordt belast met vele verzoeken om bijzondere beloning. De kantonrechter wees het verzoek af en benadrukte dat alleen hij bevoegd is om de beloning vast te stellen, niet de bewindvoerder of medewerkers van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot het in rekening brengen van 50% van de beloning voor aanvangswerkzaamheden wordt afgewezen.