ECLI:NL:RBMNE:2022:3066
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent Gedrag voor functie pakketbezorger wegens strafrechtelijke antecedenten
Eiser vroeg een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) aan voor de functie van pakketten bezorger, vervoerder, koerier bij een bedrijf in Oostzaan. De Minister voor Rechtsbescherming wees de aanvraag af op basis van relevante justitiële gegevens uit het Justitieel Documentatie Systeem (JDS), waaronder drie openstaande strafzaken wegens oplichting en diefstal.
De rechtbank oordeelde dat de minister zich terecht baseerde op het objectieve criterium, waarbij ook strafbare feiten waarvoor eiser nog niet is veroordeeld mogen worden betrokken. De onschuldpresumptie is in dit bestuursrechtelijke kader niet geschonden omdat de beoordeling niet ziet op schuld, maar op het voorkomen van risico’s voor de samenleving.
Eiser voerde aan dat hij zijn leven had gebeterd en dat eerdere VOG’s waren toegekend, maar de rechtbank vond dat de minister voldoende rekening had gehouden met het tijdsverloop en de ernst van de feiten. Het belang van de samenleving bij risicobeperking woog zwaarder dan het belang van eiser bij toekenning van de VOG.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie en het screeningsprofiel voor de functie van pakketbezorger zwaarder wegen dan bij eerdere VOG’s voor andere functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het griffierecht af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag.