ECLI:NL:RBMNE:2022:3355
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot intrekking omgevingsvergunning voor verwijderen asbesthoudende materialen
Eiser, huurder van een woning die valt onder een renovatieproject van woningcorporatie Mitros, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om de aan Mitros verleende omgevingsvergunning voor het verwijderen van asbesthoudende materialen in te trekken, omdat volgens hem niet aan de voorwaarden was voldaan en asbestinventarisatierapporten ontbraken.
De vergunning was oorspronkelijk in 2011 verleend en de sloopwerkzaamheden waren inmiddels afgerond. De rechtbank oordeelde dat eiser wel procesbelang had, maar dat de vergunning in rechte vaststond en dat het verzoek alleen kon gaan over intrekking van de vergunning. De rechtbank stelde vast dat er geen wettelijke grondslag was voor intrekking, omdat de vergunning niet op basis van onjuiste of onvolledige gegevens was verleend, mede omdat afspraken waren gemaakt over het later aanleveren van asbestinventarisatierapporten.
Verder oordeelde de rechtbank dat het convenant tussen de gemeente en Mitros geen bestuursrechtelijke grond bood voor intrekking en dat er geen aanwijzingen waren voor intrekking op grond van de Wet bibob. Het verzoek om getuigen te horen werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot intrekking af.
Uitkomst: Het verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunning is afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.