ECLI:NL:RBMNE:2022:3449
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing adreswijziging BRP na niet-overleggen huurovereenkomst door gemeente Almere
Eiseres diende een adreswijziging in bij de gemeente Almere voor inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP), waarbij zij aangaf te wonen op een kamer met een huurcontract. De gemeente verzocht om een ondertekende huurovereenkomst, maar deze werd niet overlegd. De gemeente stelde de aangifte buiten behandeling en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Eiseres stelde dat de gemeente ten onrechte om een huurovereenkomst vroeg, omdat de Wet BRP dit niet vereist en verwees naar Kamervragen waarin dit zou zijn bevestigd. De rechtbank oordeelde dat het college op grond van artikel 4:2 Awb Pro en artikel 2.45 Wet BRP bevoegd is om te bepalen welke documenten nodig zijn, waaronder een huurovereenkomst om spookbewoning te voorkomen. De verwijzing naar Kamervragen bood geen grond voor het standpunt van eiseres.
Verder werd gewezen op een mediationafspraak waarbij de gemachtigde van eiseres een verklaring van bewoning mocht indienen in plaats van een huurovereenkomst, maar deze werd pas na het primaire besluit ingediend. Omdat eiseres niet aan de gevraagde bewijsstukken voldeed, was het college bevoegd de aangifte buiten behandeling te stellen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de adreswijziging in de BRP wegens het niet overleggen van een huurovereenkomst wordt ongegrond verklaard.