Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 augustus 2022 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster,
[derde-partij] B.V.(vergunninghouder), gevestigd in [vestigingsplaats] .
Rechtbank Midden-Nederland
Op het perceel exploiteert vergunninghouder een pompoenenopslagbedrijf en wil hij een nieuwe fustenopslag realiseren die deels buiten het agrarische bedrijfskavel valt, strijdig met het bestemmingsplan. Het college verleende hiervoor een omgevingsvergunning, waartegen verzoekster bezwaar maakte en beroep instelde.
De voorzieningenrechter beoordeelde het bezwaar en het beroep, waarbij het belangrijkste punt was of er zicht is op langdurige vergroting van de productieomvang door schaalvergroting, en of de erfsingelbeplanting wordt gerealiseerd. Het college had voldoende onderbouwing geleverd met bedrijfs- en financieel advies, en een voorschrift aan de vergunning verbonden voor aanplant van beplanting.
Verzoekster stelde ook dat de verkeersveiligheid in gevaar komt doordat vrachtwagens niet meer kunnen manoeuvreren op het erf. De rechtbank oordeelde dat door de bouwwijze voldoende ruimte blijft voor vrachtwagens om te draaien, en dat de verkeersveiligheid niet wordt geschaad.
De rechtbank concludeerde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid en de vergunning in redelijkheid heeft verleend. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.