ECLI:NL:RBMNE:2022:349
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer tot schorsing concurrentiebeding bij overstap naar concurrent
De werknemer, senior projectmanager bij een ICT-detacheringsbedrijf, vordert in kort geding de schorsing van een concurrentiebeding dat hem verbiedt om binnen twaalf maanden na beëindiging van zijn dienstverband werkzaamheden te verrichten voor concurrenten van zijn werkgever. Hij wil in dienst treden bij een grote concurrent in dezelfde branche. De werkgever weigert toestemming vanwege het concurrentiebeding.
De kantonrechter oordeelt dat het eerste deel van het beding dat werkzaamheden bij voormalige klanten verbiedt nietig is wegens strijd met artikel 9a Waadi, maar dat het afzonderlijke concurrentiebeding geldig blijft. De werkzaamheden bij de nieuwe werkgever worden als concurrerend aangemerkt en de werknemer beschikt over vertrouwelijke informatie die de concurrentiepositie van de werkgever kan schaden.
Bij belangenafweging weegt het gerechtvaardigde belang van de werkgever bij bescherming van bedrijfsinformatie zwaarder dan het belang van de werknemer bij vrije arbeidskeuze. De werknemer krijgt geen voorschot op een vergoeding omdat hij nog in dienst is en een loonsverhoging heeft ontvangen. De vordering wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.