ECLI:NL:RBMNE:2022:3512
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van voormalige winkelwoning
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een voormalige winkelwoning, vastgesteld op €574.000 met waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder baseerde de waarde op de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen in dezelfde gemeente.
De rechtbank overweegt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix en toelichting tonen aan dat rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en andere kenmerken. Eiser voerde aan dat de verkoopdata en kenmerken van referentiewoningen niet vergelijkbaar zijn, en dat de woning onpraktisch is ingedeeld en geen tuin heeft.
De rechtbank oordeelt dat de verkoopdata van referentiewoningen bruikbaar zijn en dat het verschil in gebruiksoppervlakte niet onvergelijkbaar is. De indeling als voormalig winkelpand en het ontbreken van een tuin worden niet als waardedrukkend effect erkend, mede door het aanwezige dakterras. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de verschillen tussen woningen niet verwaarloosbaar zijn.
Gelet op deze overwegingen wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €574.000 wordt ongegrond verklaard.