ECLI:NL:RBMNE:2022:3513
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en bevestiging vastgestelde waarde
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres in een Nederlandse gemeente, vastgesteld op €246.000 voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van maximaal €215.000 voor.
Verweerder heeft de waarde bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij verkoopprijzen van vergelijkbare woningen in de buurt zijn gebruikt. De rechtbank acht de taxatiematrix en de toelichting daarop voldoende om aan te tonen dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Diverse bezwaren van eiser, waaronder het gebruik van een fictie bij de waardebepaling en de bruikbaarheid van referentiewoningen, worden verworpen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zorgvuldig te werk is gegaan, de bezwaarprocedure adequaat is verlopen en dat eiser voldoende toegang had tot het taxatieverslag. Ook de stelling dat weersinvloeden onvoldoende zijn meegenomen wordt niet gevolgd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €246.000 blijft gehandhaafd.