Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de burgemeester van de gemeente [plaats] (de burgemeester)
Inleiding
Beoordeling van de rechtbank
Is het bestreden besluit bevoegd genomen?
Kan op basis van de door de burgemeester gebruikte feiten worden vastgesteld dat eiser van slecht levensgedrag is?
artikel 2:28a, derde lid, aanhef en onder, b van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) [plaats] en artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Alcoholwet [1] een open norm is. De burgemeester heeft de toepassing van dat vereiste niet verder uitgewerkt. Dat niet aan het vereiste ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ wordt voldaan, zal door de burgemeester per geval moeten worden onderbouwd. Het zal dan ook van geval tot geval verschillen welke feiten en omstandigheden daar voor de burgemeester aanleiding toe geven.
Is de wijze waarop de burgemeester het levensgedrag van eiser beoordeelt voldoende kenbaar?
Voldoet het besluit aan het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel?
Conclusie en gevolgen
De burgemeester zal een nieuw besluit op het bezwaar van eiser moeten nemen binnen zes weken. Hij zal daarbij eerst de feiten en omstandigheden op basis waarvan hij zijn beoordeling maakt voldoende aannemelijk moeten maken. Als dat niet lukt, dan kan het vereiste dat eiser niet enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn, hem niet worden tegengeworpen. Als dat wel lukt, dan zal de burgemeester vervolgens moeten motiveren hoe voor eiser kenbaar kon zijn dat deze feiten en omstandigheden leiden tot de conclusie dat hij niet voldoet aan de voorwaarde dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Daarna zal de burgemeester nog moeten toelichten waarom die feiten en omstandigheden gelet op het tijdsverloop relevant zijn en waarom zij niet gering zijn. Ook zal de burgemeester in dat verband moeten toelichten waarom uit die feiten en omstandigheden volgt dat eiser niet aan de voorwaarde voldoet dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
[…].
b. de aanvrager binnen drie jaar voor de aanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde, gesloten is geweest.
[…]
[…]
b. zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;
1Het is verboden zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen.
[…]
1 Een vergunning is vereist voor iedere inrichting.
2 Geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf anders dan in een inrichting.
3 Indien een terras onderdeel is van een inrichting, die onderdeel uitmaakt van een winkel wordt slechts een vergunning ten aanzien van het terras verleend, indien dit onmiddellijk aansluit aan een horecalokaliteit. Voor de overige terrassen wordt slechts vergunning verleend, indien zij in de onmiddellijke nabijheid van een horecalokaliteit zijn gelegen.
1 Leidinggevenden van het horecabedrijf en het slijtersbedrijf voldoen aan de volgende eisen:
[…]
b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
[…].