Op 14 augustus 2021 vond een incident plaats in Zeist waarbij verdachte werd beschuldigd van openlijke geweldpleging tegen de benadeelde, waarbij lichamelijk letsel zou zijn toegebracht. De zaak werd behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, waarbij het dossier en de verklaringen van partijen uitgebreid zijn onderzocht.
De officier van justitie stelde dat het scenario van de benadeelde en zijn vriendin meer steun vond in het dossier dan het scenario van verdachte en zijn medeverdachten. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaring van een belangrijke getuige niet bruikbaar was vanwege tegenstrijdigheden en dat het letsel van de benadeelde niet overeenkwam met de beschreven geweldshandelingen. Het alternatieve scenario van verdachte, waarbij een trap werd uitgedeeld en de benadeelde deze pareerde waarna zij samen vielen, kon niet worden uitgesloten.
Gezien het ontbreken van overtuigend steunbewijs en de tegenstrijdige verklaringen sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.