ECLI:NL:RBMNE:2022:3594
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergunning en leidinggevende toestemming op grond van onvoldoende betrouwbaarheid na veroordeling eenvoudige mishandeling
Eiseres vroeg een vergunning aan voor het in stand houden van een particuliere beveiligingsorganisatie en toestemming om een betrokkene als leidinggevende aan te stellen. Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 4 Wpbr Pro, omdat de betrokkene onvoldoende betrouwbaar werd geacht vanwege een recente veroordeling voor eenvoudige mishandeling.
Eiseres voerde aan dat het incident een specifieke casus betrof en dat er sinds maart 2019 geen nieuwe incidenten waren, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder binnen zijn beoordelingsruimte mocht blijven en dat mishandeling niet verenigbaar is met beveiligingswerkzaamheden. De rechtbank verwierp het beroep wegens onvoldoende onderbouwing van de hardheidsclausule en het ontbreken van bijzondere omstandigheden om af te wijken van de Beleidsregels.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de vergunning en toestemming heeft geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergunning en toestemming voor de leidinggevende wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende betrouwbaarheid.