ECLI:NL:RVS:2021:2750
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens mishandeling en betrouwbaarheid
De korpschef van politie heeft op 31 juli en 30 augustus 2019 geweigerd toestemming te verlenen aan appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten, naar aanleiding van een veroordeling voor mishandeling van zijn echtgenote binnen de terugkijktermijn van vier jaar.
De rechtbank heeft deze weigering bevestigd en geoordeeld dat de korpschef niet hoefde af te wijken van de terugkijktermijn, mede omdat mishandeling niet verenigbaar is met de vereiste betrouwbaarheid voor beveiligingswerkzaamheden. Appellant voerde aan dat het feit licht was, in de privésfeer plaatsvond en dat hij niet eerder met justitie in aanraking was gekomen, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad van State overweegt dat de aard van het strafbare feit en het hoge recidiverisico, zoals vastgesteld door het gerechtshof, zwaar wegen. De hardheidsclausule kan niet leiden tot het toestaan van werkzaamheden aan iemand die niet voldoet aan betrouwbaarheidseisen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden aan appellant wordt bevestigd.