Eisers zijn geconfronteerd met een terugvordering van €9.520,91 aan bijstand over de periode van mei tot en met november 2016. Verweerder heeft het bezwaar van eisers ongegrond verklaard en eisers hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
Eisers voerden aan dat vanwege de toeslagenaffaire en hun bijzondere persoonlijke omstandigheden, waaronder langdurige schuldenproblematiek en medische klachten, dringende redenen bestaan om af te zien van terugvordering. Zij ontvingen een zeer laag leefgeld en konden daardoor noodzakelijke medische behandelingen niet betalen.
De rechtbank oordeelde dat de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) vereist dat dringende redenen alleen worden aangenomen bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die bijzonder en uitzonderlijk zijn. De rechtbank zag geen aanleiding om hiervan af te wijken vanwege de toeslagenaffaire.
De financiële situatie van eisers rechtvaardigt volgens de rechtbank geen dringende reden, mede omdat de invordering nog niet heeft plaatsgevonden en bescherming via de beslagvrije voet geldt. De medische klachten zijn niet gerelateerd aan het terugvorderingsbesluit, zodat ook geen dringende sociale gevolgen zijn vastgesteld.
De rechtbank concludeert dat verweerder een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en verklaart het beroep ongegrond.