ECLI:NL:RBMNE:2022:3788
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit CBR tot handhaving ongeldigverklaring rijbewijs na alcoholincident
Eiser was betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval op 15 oktober 2020 waarbij hij onder invloed van alcohol werd vastgesteld. Het CBR legde hem een onderzoek naar alcoholgebruik op en schortte zijn rijbewijs op. Na vaststelling van alcoholmisbruik verklaarde het CBR het rijbewijs ongeldig. Eiser werd strafrechtelijk vrijgesproken van rijden onder invloed, waarna hij verzocht om herziening van het bestuursrechtelijke besluit op grond van nieuwe feiten en omstandigheden.
Eiser stelde dat hij niet de bestuurder was, gesteund door een onder ede afgelegde getuigenverklaring en aanvullende documenten. Het CBR wees het verzoek tot herziening af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit konden ondermijnen. De rechtbank oordeelde dat de strafrechtelijke vrijspraak niet automatisch het bestuursrechtelijke besluit onderuit haalt, omdat het CBR de verklaringen anders heeft mogen waarderen en voldoende heeft gemotiveerd.
Ook werden andere door eiser aangevoerde bewijsstukken zoals foto’s en verklaringen niet als nieuw beschouwd, omdat deze eerder beschikbaar waren of onvoldoende onderbouwd werden. De rechtbank concludeerde dat het CBR zorgvuldig en deugdelijk heeft gehandeld en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het door het CBR gehandhaafde besluit tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs wordt ongegrond verklaard.