Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 februari 2022 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Waarop is het besluit gebaseerd?
Aan de diagnose is ten grondslag gelegd dat bij laboratoriumonderzoek een verhoogde CDT-waarde van 2,1% werd vastgesteld. Deze waarde bevindt zich boven het afkappunt hetgeen met een hoge mate van waarschijnlijkheid impliceert dat bij betrokkene sprake is van recent en overmatig alcoholgebruik. De discrepantie tussen het CDT en de algemene alcoholanamnese is vermoedelijk verklaarbaar uit onderrapportage van het alcoholgebruik in het afgelopen jaar. Verder is gerapporteerd dat verzoeker eerder is onderzocht in het kader van een vorderingsprocedure. Op 4 juni 2016 is hij aangehouden met een alcoholpromillage van 1,116 in zijn bloed.
Toetsingskader
Om tot een diagnose te kunnen komen heeft de psychiater de anamnese, het lichamelijk en psychiatrisch onderzoek, en het laboratoriumonderzoek als instrumenten tot zijn beschikking. [1]
Verder voert verzoeker aan dat de CDT-waardebepalingen die zijn gedaan op 16 augustus 2021 en 12 oktober 2021 aantonen dat de eerste CDT-waardebepaling niet juist kan zijn.
Het oordeel van de rechtbank
Deze waarde is bepaald in het kader van het voorgenomen tweede onderzoek, wat door miscommunicatie verder geen doorgang heeft gevonden. Het tweede onderzoek is uiteindelijk op 3 november 2021 uitgevoerd.