ECLI:NL:RVS:2019:4155
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering rijgeschiktheid vanwege alcoholmisbruik na verhoogde CDT-waarde en voorgeschiedenis
Appellant heeft in 2018 een verzoek ingediend om opnieuw rijgeschikt te worden verklaard voor motorrijtuigen categorie B. Na een keuring door een psychiater werd geconcludeerd dat appellant een stoornis in het gebruik van alcohol vertoont, mede gebaseerd op een verhoogde CDT-waarde van 2,7%, die boven het afkappunt ligt, en een voorgeschiedenis van alcoholmisbruik.
Het CBR heeft daarop besloten appellant niet geschikt te verklaren. Dit besluit is bij bezwaar en vervolgens bij de rechtbank bevestigd. De rechtbank oordeelde dat het psychiatrisch rapport en de voorgeschiedenis van appellant voldoende grond vormen voor het besluit, en dat het individuele belang van appellant niet opweegt tegen het algemene belang van verkeersveiligheid.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de verhoogde CDT-waarde veroorzaakt zou zijn door alcoholgebruik tijdens feestdagen en dat de voorgeschiedenis niet relevant zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze gronden verworpen, stellende dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een andere oorzaak dan alcoholmisbruik aan de verhoogde waarde ten grondslag ligt.
De Afdeling bevestigt dat het CBR terecht het psychiatrisch rapport heeft betrokken bij de weigering en dat het belang van verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het individuele belang van appellant. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het CBR om appellant rijgeschikt te verklaren wordt bevestigd.