Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 september 2022 in de zaak tussen
Stichting Laat Woerden Niet Zakken, uit Woerden, eiseres
de minister van Economische Zaken en Klimaat, de minister
Vermilion Energy Netherlands B.V., uit Amsterdam, Vermilion
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
De opsporingsvergunning geeft Vermilion het alleenrecht om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van delfstoffen en gegevens daarover onder andere door middel van het verrichten van een proefboring.
Beoordeling door de rechtbank
1º. de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, voor zover het winnen van delfstoffen niet geschiedt in het continentaal plat,
2°. het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen,
3°. nadelige gevolgen die voor het milieu worden veroorzaakt, of
4°. nadelige gevolgen die voor de natuur worden veroorzaakt.
elk van de drie fasen –(i) opsporings- en winningsvergunning, (ii) winningsplan, (iii) omgevingsvergunning – getoetst zal worden aan de belangen van voorkoming van schade en negatieve gevolgen voor milieu en natuur. Dat deze toetsing hierdoor zo vroeg mogelijk in het proces plaatsvindt is gerechtvaardigd vanwege de impact van mijnbouwactiviteiten. [2] De consequentie hiervan is dat partijen die deze belangen behartigen hun standpunt hierover ook in de opsporingsfase naar voren moeten kunnen brengen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt verder dat er voor het feit dat in de fase van de opsporingsvergunning nog geen sprake is van daadwerkelijke winningsactiviteiten waardoor er beperkt zicht is op de gevolgen van die vergunning voor natuur en milieu, aandacht is geweest. Dat heeft echter niet tot een andere keuze van de wetgever geleid. [3]
Conclusie en gevolgen