ECLI:NL:RVS:2018:869
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- W. Sorgdrager
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging opsporingsvergunningen schaliegas onder Mijnbouwwet
De minister had in 2014 en 2015 besluiten genomen over de verlenging van opsporingsvergunningen voor schaliegas van Cuadrilla Brabant en Cuadrilla Hardenberg. Milieudefensie en de minister stelden hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam die de besluiten deels vernietigden vanwege het ontbreken van wettelijke grondslag voor afwijzing op milieubelangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het destijds geldende hoofdstuk 2 van de Mijnbouwwet een limitatief-imperatief karakter heeft en dat milieubelangen bij de beoordeling van verlenging of weigering van opsporingsvergunningen geen rol konden spelen. Dit werd bevestigd door de memorie van toelichting bij de wet. Een wetswijziging per 1 januari 2017 maakte dit mogelijk, maar was niet van toepassing op de bestreden besluiten.
De Afdeling verwierp de bezwaren van Milieudefensie dat het relativiteitsvereiste van de Awb en het Verdrag van Aarhus de beoordeling zouden verhinderen. Ook het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd. De minister moet nieuwe besluiten nemen volgens het geldende recht vanaf 2017. Proceskosten werden aan de minister opgelegd.
Uitkomst: De hoger beroepen worden ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.