ECLI:NL:RBMNE:2022:4000
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van appartement ongegrond verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement, gelegen aan een adres in een Nederlandse woonplaats, die door verweerder op €210.000 is vastgesteld met waardepeildatum 1 januari 2020. Verweerder handhaafde deze waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix en referentieobjecten die marktgegevens bevatten.
De rechtbank beoordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Hierbij is rekening gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceeloppervlakte en andere relevante factoren tussen de woning en de referentieobjecten. De door eiser aangevoerde bezwaren, waaronder het gebrek aan inzicht in de waardes van objectonderdelen en de onderbouwing van het indexeringspercentage, werden niet gegrond verklaard.
Eiser verwees ook naar de aankoopprijs van de woning en een transactie van een buurpand om de waarde te betwisten, maar de rechtbank oordeelde dat deze gegevens niet relevant waren voor de waardepeildatum en dat het buurpand niet vergelijkbaar was. Ook de vermeende onjuistheid omtrent de VvE-reserve werd door verweerder voldoende weersproken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €210.000 wordt ongegrond verklaard.