ECLI:NL:RBMNE:2022:4076
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aanvullende studiefinanciering met terugwerkende kracht
Eiseres heeft een aanvullende beurs aangevraagd met een verzoek om deze toe te kennen zonder rekening te houden met het inkomen van haar ouders. DUO kende aanvankelijk de aanvullende beurs toe vanaf 1 april 2019, maar trok dit besluit later in en stelde de ingangsdatum vast op 1 september 2020. De rechtbank oordeelde dat DUO een fout had gemaakt door de beurs met terugwerkende kracht toe te kennen, omdat studiefinanciering alleen kan worden toegekend voor het studiejaar waarvoor de aanvraag is gedaan.
De rechtbank overwoog dat hoewel DUO een gerechtvaardigde verwachting had gewekt dat eiseres de beurs vanaf april 2019 zou ontvangen, het algemeen belang en dwingend recht aan de weg stonden om deze fout te herstellen. Eiseres had geen handelingen verricht op basis van deze verwachting en was in 2019 al bezig met haar bachelor zonder aanvullende beurs aan te vragen.
Daarom was de wijziging van de ingangsdatum naar 1 september 2020 niet onrechtmatig en leed eiseres geen juridisch nadeel. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de aanvullende beurs is terecht toegekend vanaf 1 september 2020.