ECLI:NL:RBMNE:2022:4174
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning op €1.200.000 naar waardepeildatum 1 januari 2019
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een woonplaats, welke was vastgesteld op €1.411.000 en na bezwaar verlaagd naar €1.274.000. Eiser stelt een maximale waarde van €1.155.000 voor, terwijl verweerder de hogere waarde handhaaft.
De rechtbank beoordeelt de onderbouwing van de waarde, waarbij verweerder een taxatiematrix met vier referentiewoningen overlegt. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk maakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede vanwege twijfel over het onderhoudsniveau van de woning en het niet kunnen gebruiken van het eigen verkoopcijfer dat te ver van de waardepeildatum ligt.
Eiser maakt zijn lagere waarde niet aannemelijk, omdat ook hij het eigen verkoopcijfer niet kan gebruiken. De rechtbank stelt daarom zelf de WOZ-waarde vast op €1.200.000 naar de waardepeildatum 1 januari 2019 en beveelt vermindering van de aanslagen onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing. Tevens wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €1.200.000 en de aanslagen worden dienovereenkomstig verminderd.