ECLI:NL:RBMNE:2022:4177
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en afwijzing beroep tegen vaststelling
De heffingsambtenaar van de gemeente heeft de WOZ-waarde van een woning vastgesteld op €303.000,- voor het belastingjaar 2021. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €273.000,- voor. Na een bezwaarprocedure die ongegrond werd verklaard, heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft de zaak behandeld en beoordeeld of de vastgestelde WOZ-waarde te hoog is. Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met drie referentiewoningen uit dezelfde buurt, waarvan twee bijna identiek zijn en recent zijn verkocht. De rechtbank acht de gebruikte methode en vergelijking met referentiewoningen aannemelijk.
Eiser heeft aangevoerd dat het energielabel en de ligging van referentieobjecten reden zijn voor een lagere waarde, maar de rechtbank oordeelt dat het energielabel vergelijkbaar is en dat de verschillen in ligging en onderhoud niet leiden tot een te hoge vaststelling. Ook is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep niet is overschreden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.