Eiser, voormalig glaszetter, diende een WIA-aanvraag in per 31 mei 2021 nadat zijn eerdere uitkering in 2017 was beëindigd vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De primaire arts en arbeidsdeskundige stelden een arbeidsongeschiktheid van 29,66% vast, waarop verweerder de aanvraag afwees. Eiser maakte bezwaar en leverde aanvullend huisartsenjournaal aan, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde de beoordeling na dossierstudie en telefonisch contact.
Eiser betoogde dat het ontbreken van een fysiek spreekuurcontact onzorgvuldig was en dat de medische beoordeling tekortschiet op punten als samenwerken, werken met gevaarlijke machines en urenbeperking. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts voldoende motiveerde dat een spreekuurcontact geen toegevoegde waarde had gezien de beschikbare informatie.
De rechtbank volgde de uitleg van verweerder dat beperkingen op samenwerken niet noodzakelijk waren, en dat de verstandelijke beperking en medicatiegebruik van eiser geen aanleiding gaven tot extra beperkingen. Ook een urenbeperking op energetische of preventieve gronden werd niet onderbouwd. De medische beoordeling was consistent, begrijpelijk en gebaseerd op objectieve gegevens.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard, de afwijzing van de WIA-aanvraag bevestigd en werden de proceskosten niet toegewezen aan eiser.