ECLI:NL:RBMNE:2022:420
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding schade voorarrest ondanks vrijspraak wegens vormverzuim
Verzoeker werd op 17 juni 2020 aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van een overtreding van de Opiumwet. Op 17 februari 2021 sprak de rechtbank hem vrij vanwege vormverzuimen die tot bewijsuitsluiting leidden. De voorlopige hechtenis was op 14 augustus 2020 geschorst.
Verzoeker vroeg vergoeding van schade door het voorarrest en kosten rechtsbijstand. De rechtbank oordeelde dat ondanks de vrijspraak geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor vergoeding van de schade, omdat verzoeker door zijn zwijgrecht en het niet geven van informatie mede verantwoordelijk was voor het voortduren van de verdenking en het voorarrest.
Wel werd een vergoeding van €680 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure. De rechtbank benadrukte dat de technische vrijspraak niet betekent dat het uitgesloten bewijs geen rol mag spelen bij de beoordeling van billijkheid. Verzoeker kan de schade die voortkomt uit de voorlopige hechtenis niet op de staat verhalen.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding schade door voorarrest afgewezen, vergoeding kosten rechtsbijstand toegekend.