Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 oktober 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
Inleiding
,de gemachtigden van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Namens verweerder was ook aanwezig [B] .
Overwegingen
Na de spoorlijn volgt het eerste bruggetje dat [plaats 2] met [plaats 1] verbindt. Een smalle weg leidt naar het voormalige [naam perceel] dat er nog als vanouds uitziet. De route gaat vervolgens over in [locatie 3] en [locatie 4] .” Verderop in het artikel staat: “
De route [locatie 1] [plaats 2] - [plaats 1] is geen wandelroute pur sang. Het heeft eigenlijk meer weg van een fietsroute. Grote delen gaan over de gewone weg en over fietspaden. Het pad over de voormalige [locatie 1] en het gedeelte door het weiland bij de gagelweg vormen hier een uitzondering op.”
“Daarbij lopen hier veel Vinkeveners met hun honden en spelen hier kinderen.”Verder volgt uit een artikel uit “De Nieuwe Meerbode” over de wandelroute op de [locatie 1] (Van [plaats 2] tot [plaats 3] ): “
De wandelroute wordt druk bezocht, de mensen komen van heinde en verre. Ik maak ook zelf vaak gebruik van de wandelroute..”
Wij kunnen u meedelen dat wij toestemming kunnen verlenen voor het recreatief medegebruik voor wandelaars van de oude [locatie 1] tussen [plaats 2] en [locatie 5].” En in de brief van 3 september 2003 staat: “
In principe hebben wij geen bezwaar tegen het plaatsen van de drie bruggen. Wel dient voorkomen te worden dat andere gebruikers, dan voetgangers van de bruggen gebruik gaan maken. Wij gaan ervan uit dat u hiertoe gepaste maatregelen zult treffen. Mocht onverhoopt toch blijken dat er door de aanleg van de bruggen overlast ontstaat op onze terreinen, dan zijn wij genoodzaakt om het recreatief gebruik van onze terreinen op te zeggen.”
Indeling openbare ruimte, waaronder begrepen behoud fietspad op het perceel, verbetering van de ontsluiting ten behoeve van bewoners en het bedrijventerrein.”
De gemeente heeft zonder vooroverleg of toestemming zomaar het aanwezig wandelpad op onze grond opgeknapt.”. [E] antwoordt daarop: “
Ik betreur het dat er zonder overleg of afspraak een wandelpad is opgeknapt op uw terrein. Dat moet een vergissing zijn geweest.” En: “
Maar nogmaals omdat het jullie eigendom en het ook onder jullie beheer valt, hebben jullie het laatste woord.”
“Ik heb uw naam van de receptioniste ontvangen als aanspreekpunt, opdrachtgever voor de werkzaamheden die zaterdag 30 augustus zijn uitgevoerd aan [locatie 6] te [plaats 1] . (…)Dit is nu de zoveelste keer dat de gemeente acties neemt op grond van een ander. (…) Als gevolg van uw handelen is een nieuwe racebaan ontstaan met een aantrekkende werking voor allerhande ongewilde en ongewenste en ongeoorloofde verkeersbewegingen. (…) Voorts verzoeken wij u aan te geven:
- Hoe het kan dat u op grond van derden werkzaamheden uit laat voeren
- Wie hierom verzocht heeft
- Waarom dit niet gecommuniceerd is”
De levering (feitelijke levering) van het Verkochte vindt heden plaats, in de feitelijke staat waarin het Verkochte zich heden bevindt, vrij van huurovereenkomst(en), gebruiksovereenkomst(en) en pachtovereenkomst(en). Een en ander behoudens het aan partijen genoegzaam bekende en door Koper aanvaarde (gedeeltelijke) gebruik als (openbare) weg en parkeerplaatsen, zoals (onder meer) is vastgelegd in een met de gemeente Ronde Venen gesloten huurovereenkomst ter zake van een perceel grond ter grootte van circa eenduizend eenhonderd vijfentwintig vierkante meter, gelegen langs de weg ter hoogte van het op het Verkochte gelegen stationsgebouw.”
Wij zouden niets liever doen dan het gehele terrein uit de openbaarheid halen, realiseert u zich dat dan het gehele wandelpad vanaf de [locatie 7] niet meer te gebruiken is.”.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verklaart het bezwaar van eisers gericht tegen het primaire besluit gegrond, herroept dit besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eisers ter vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 2.600,-