ECLI:NL:RVS:2017:3221
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving vernieling asfaltverharding op perceel met openbare weg
Het geschil betreft een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Leudal aan [partij] om vernielde asfaltverharding op perceel 2091 te herstellen. [Partij] betoogde dat de keerlus op zijn perceel geen openbare weg is en dat artikel 2:11 van Pro de APV daarom niet van toepassing is. De rechtbank gaf hem hierin gelijk, maar het college en [appellant sub 2] gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de keerlus, ondanks dat deze op privéperceel ligt, wel degelijk de bestemming openbare weg heeft gekregen conform artikel 4, eerste lid, onder III, van de Wegenwet. Dit volgt uit feitelijke handelingen, correspondentie en het beheer door de gemeente. De eerdere civiele uitspraken over openbaarheid zijn onvoldoende om dit te betwisten.
Verder wordt geoordeeld dat het college terecht op grond van artikel 2:11 van Pro de APV handhavend optreedt tegen het zonder vergunning opbreken van de asfaltverharding, omdat dit de openbaarheid en toegankelijkheid van de weg belemmert. De dwangsom van €30.000 wordt als proportioneel beoordeeld. De begunstigingstermijnen zijn correct verlengd en de beroepen tegen deze verlengingen zijn niet-ontvankelijk.
De hoger beroepen van het college en [appellant sub 2] worden gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, en het beroep van [partij] ongegrond verklaard. De last onder dwangsom herleeft en de dwangsom wordt geschorst tot zes weken na verzending van deze uitspraak.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De last onder dwangsom tot herstel van de asfaltverharding wordt gehandhaafd omdat de keerlus een openbare weg is.