Eiser, bekend met een neurocognitieve stoornis door traumatisch hersenletsel en ADHD, diende een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden, met name omdat hij niet levenslang en levensbreed aangewezen is op 24 uur per dag zorg. Eiser maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep en overwoog dat het medisch advies van de CIZ-medisch adviseurs, waarin werd geconcludeerd dat eiser nog ontwikkelmogelijkheden heeft en niet kan worden vastgesteld dat hij levenslang 24-uurszorg nodig heeft, voldoende gemotiveerd en objectief was. Eiser bracht aanvullende medische informatie in, waaronder een diagnose van een kinder- en jeugdpsychiater over een verstandelijke beperking, maar de rechtbank vond deze onvoldoende onderbouwd en niet betrouwbaar vanwege de onbetrouwbaarheid van IQ-testen en het advies om slaapproblemen eerst te behandelen.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser geen concrete medische informatie had overgelegd die het advies van de medisch adviseurs zou weerleggen. De rapporten van het UWV waren niet relevant voor de Wlz-indicatie. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor een Wlz-indicatie, met name de blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het primaire besluit bleef in stand.