Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
(de rechtbank begrijpt: verbalisant [benadeelde 1] )ging op de jongen liggen om hem onder controle te krijgen maar hij ging in verzet. Ik zag dat hij zich probeerde los te trekken. Ik sloot bij [benadeelde 1] aan en we probeerden hem onder controle te krijgen. Ik zie vervolgens dat er een kale man naar ons toe komt rennen. Later bleek deze kale man de vader te zijn van de jongen die ik aan sprak en ging rennen. Ik voel dat ik direct twee klappen op mijn hoofd krijg. Ik zag ook nog een voet, dus ik vermoed dat ik twee trappen van die kale man kreeg op mijn achterhoofd. Ik zat op de jongen, maar na die twee klappen/trappen op mijn hoofd zat ik volgens mij tegen de stoeprand aan. [2]
de rechtbank begrijpt: verbalisant [benadeelde 1]) ging op de jongen liggen om hem onder controle te krijgen maar hij ging in verzet. Ik zag dat hij zich probeerde los te trekken. Ik sloot bij [benadeelde 1] aan en we probeerden hem onder controle te krijgen. Ik zie vervolgens dat er een kale man naar ons toe komt rennen. Later bleek deze kale man de vader te zijn van de jongen die ik aan sprak en ging rennen. Ik voel dat ik direct twee klappen op mijn hoofd krijg. Ik zag ook nog een voet, dus ik vermoed dat ik twee trappen van die kale man kreeg op mijn achterhoofd. Ik zat op de jongen, maar na die twee klappen/trappen op mijn hoofd zat ik volgens mij tegen de stoeprand aan. [8]
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] )nu vast hadden. Ik stopte mijn dienstvoertuig. Ik zag door de voorruit van mijn dienstvoertuig een man aankomen rennen. Ik hoorde deze man met luide stem roepen: “laat hem los!” Deze man had een kaal hoofd en droeg een rode trui dan wel t-shirt. De man bleek later [verdachte] . [10]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 oktober 2022;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 1 januari 2022, opgemaakt door [benadeelde 4] van de politie Midden-Nederland, genummerd PL0900-2022000120-2, doorgenummerde pagina’s 403-405.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van twaalf (12) maanden;
gedeelte van zes (6) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
een proeftijd van twee (2) jarenvast;
- verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 2.475,84, bestaande uit € 275,84 aan materiële schade en € 2.200,00 aan immateriële schade;
- verklaart [benadeelde 2] voor wat betreft het meer gevorderde ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2022 tot de dag van de algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 2.475,84 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 34 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 4] toe tot een bedrag van € 1.025,84;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2022 tot de dag van de algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 4] aan de Staat € 1.025,84 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- verklaart [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.