ECLI:NL:RBMNE:2022:4302
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen besluit toekenning huishoudelijke hulp met urenindicatie Wmo
Eiseres kreeg op 28 juli 2021 huishoudelijke hulp toegekend op grond van de Wmo 2015. Zij maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en diende een beroep in wegens het uitblijven van een beslissing op bezwaar. Verweerder nam op 16 juni 2022 alsnog een besluit op bezwaar, waarin het aantal toegekende uren werd vermeld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang, maar veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres. De kern van het geschil betreft de vraag of het primaire besluit onrechtmatig was omdat het geen urenindicatie bevatte, wat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep verplicht is.
De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit wel een urenindicatie bevat en dat dit slechts een verduidelijking is van het primaire besluit. Het primaire besluit hoeft daarom niet te worden herroepen. Omdat eiseres onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het bestreden besluit niet stand kan houden, wordt het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank benadrukt dat het zorgplan niet gelijkgesteld kan worden met een besluit en dat het aan verweerder is om in een vroeg stadium duidelijkheid te verschaffen over het aantal toegekende uren. Ook wijst de rechtbank op de rol van de gemachtigde van eiseres om de zorgverlener te informeren en klachten in te dienen indien nodig.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van een proceskostenvergoeding van €379,50 aan eiseres wegens de overschrijding van de beslistermijn.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens te late beslissing op bezwaar.