ECLI:NL:RBMNE:2022:4303
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit toekenning huishoudelijke hulp Wmo zonder urenindicatie in primair besluit
Eiser kreeg op 28 juli 2021 huishoudelijke hulp toegekend op grond van de Wmo, maar het primaire besluit bevatte geen indicatie van het aantal uren. Eiser stelde bezwaar en diende een beroep in wegens het uitblijven van een beslissing op bezwaar. Verweerder nam uiteindelijk op 31 mei 2022 een besluit op bezwaar waarin het aantal uren werd vermeld.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, maar kende eiser een gedeeltelijke proceskostenvergoeding toe vanwege de overschrijding van de beslistermijn. De rechtbank overwoog dat het bestreden besluit een volledige heroverweging is en dat het vermelden van het aantal uren in het bestreden besluit geen wijziging van het primaire besluit inhoudt.
Hoewel verweerder in strijd handelde met de vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep door in het primaire besluit geen uren te vermelden, was eiser onvoldoende gemotiveerd om het bestreden besluit te vernietigen. De rechtbank benadrukte dat het zorgplan niet gelijkgesteld kan worden met een besluit en dat het aan verweerder is om in een vroeg stadium duidelijkheid te verschaffen over het aantal toegekende uren. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en verweerder veroordeeld tot betaling van €379,50 proceskosten.