Verzoekster had beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere, dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Na eerdere procedures en een gegrond verklaard verzet, vond een zitting plaats op 5 oktober 2022. Tijdens deze zitting heeft verweerder toegezegd verzoekster per 1 oktober 2020 in te schrijven in de Basisregistratie Personen (BRP) op een adres in Almere.
Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten van de beroepsprocedure. Verweerder betwistte dat de gemachtigde van verzoekster als professioneel gemachtigde kon worden aangemerkt vanwege een vermeend persoonlijk belang, maar de rechtbank oordeelde dat de gemachtigde geen eigenaar of verhuurder was en slechts namens de eigenaren handelde.
De rechtbank concludeerde dat de rechtsbijstand professioneel door een derde was verleend en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe. De proceskosten werden vastgesteld op € 2.277,-, exclusief het griffierecht dat verzoekster rechtstreeks bij verweerder moet vorderen.