ECLI:NL:RBMNE:2022:4393
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn appartement in Utrecht, vastgesteld op € 446.000 per 1 januari 2020. Eiser stelt een lagere waarde van € 415.000 voor en voert diverse bezwaren aan tegen de gehanteerde referentiewoningen en waarderingsmethoden.
Verweerder onderbouwt de vastgestelde waarde met een taxatiematrix waarin drie referentiewoningen worden vergeleken, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en andere factoren. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in de waardebepaling en dat de referentiewoningen geschikt zijn.
De rechtbank wijst de beroepsgronden van eiser af, waaronder de betwisting van de gebruiksoppervlakte, de waardering van het dakterras, de ligging boven een supermarkt en het ontbreken van airconditioning. De rechtbank acht deze gronden onvoldoende onderbouwd of niet relevant voor een waardevermindering.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 446.000 wordt gehandhaafd.