ECLI:NL:RBMNE:2022:445
Rechtbank Midden-Nederland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens gewijzigde WIA-uitkering
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV over haar arbeidsongeschiktheidspercentage en ging in beroep nadat het bezwaar was afgewezen. Tijdens de procedure wijzigde het UWV het besluit en kende verzoekster een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, waarmee aan haar bezwaren werd tegemoetgekomen.
Nadat verzoekster het beroep introk, vroeg zij vergoeding van haar proceskosten. Verweerder verzette zich tegen deze vergoeding, stellende dat verzoekster pas vlak voor de zitting nieuwe medische stukken had ingebracht, waardoor de beroepsprocedure vermeend onnodig was.
De rechtbank oordeelde dat het UWV met het gewijzigde besluit volledig aan de bezwaren van verzoekster had voldaan en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een proceskostenveroordeling zouden uitsluiten. Verweerder had niet aannemelijk gemaakt dat de noodzaak tot beroep uitsluitend aan verzoekster te wijten was. Daarom werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.059,- aan proceskosten aan verzoekster.