ECLI:NL:CRVB:2021:2491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellanten hadden hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen. Het college besloot op 13 november 2020 de noodopvang van appellanten te verlengen, waarmee het tegemoet kwam aan hun bezwaren.
Naar aanleiding hiervan trokken appellanten hun hoger beroep in en verzochten de Raad om het college te veroordelen in de proceskosten. Het college stelde dat een proceskostenveroordeling achterwege moest blijven omdat het besluit onverplicht en uit coulance was genomen.
De Raad overwoog dat bij een tegemoetkoming door het bestuursorgaan in beginsel een proceskostenveroordeling wordt uitgesproken, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. In deze zaak waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig die een uitzondering rechtvaardigen. De coulance van het college en de vergoeding van eerdere proceskosten vormden geen grond voor uitzondering.
De Raad veroordeelde het college daarom in de proceskosten van appellanten, begroot op € 2.244,-. Voor het betaalde griffierecht kunnen appellanten zich rechtstreeks tot het college wenden. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak werd op 1 oktober 2021 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellanten na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.