ECLI:NL:RBMNE:2022:4455
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handel in softdrugs
De zaak betreft het besluit van de burgemeester van Utrecht om de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de vondst van een handelshoeveelheid hennep en diverse drugshandelattributen.
Na een anonieme melding en politieonderzoek is in de woning 32,15 kilogram hennep aangetroffen, verpakt en klaar voor verkoop, evenals diverse verpakkingsmaterialen en weegschalen. Verweerder achtte sluiting noodzakelijk en evenredig om de openbare orde te herstellen en de naamsbekendheid van het pand als drugspand te doorbreken.
Verzoeker betoogde dat er geen sprake was van een ernstige situatie, dat de politie-inval het doel al had bereikt, en dat hij niet op de hoogte was van de drugs in zijn woning. Ook stelde hij dat de sluiting onevenredig was vanwege persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van overlast.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was tot sluiting, dat de ernst en omvang van de situatie sluiting noodzakelijk maakten, en dat verzoeker voldoende verwijtbaar was. De sluiting was niet onevenredig en het bezwaar had geen redelijke kans van slagen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.