ECLI:NL:RBMNE:2022:4477

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 september 2022
Publicatiedatum
9 november 2022
Zaaknummer
9872689 \ UC EXPL 22-3199
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens ontbreken rechtsbetrekking tussen partijen

Eiser, een bedrijf in de automotive sector, voerde op 23 september 2017 een APK-keuring en onderhoudsbeurt uit aan een Volvo en stuurde daarvoor een factuur van €766,96 aan een derde partij. Eiser vorderde betaling van deze factuur, vermeerderd met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en nakosten van gedaagde.

Gedaagde stelde zich op het standpunt dat zij nooit zaken heeft gedaan met eiser en dat de factuur aan een andere vennootschap was gericht, welke inmiddels is opgeheven. Eiser heeft niet gereageerd op dit verweer, waardoor de kantonrechter aannam dat er geen rechtsbetrekking bestaat tussen eiser en gedaagde.

De kantonrechter wees de vordering af en veroordeelde eiser tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde, begroot op nihil vanwege het ontbreken van een gemachtigde bij gedaagde. De uitspraak werd op 28 september 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een rechtsbetrekking tussen eiser en gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 9872689 \ UC EXPL 22-3199
Vonnis van 28 september 2022
in de zaak van
[eiser] handelend onder de naam [handelsnaam],
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5,
- de conclusie van antwoord met 1 bijlage.
1.2.
[eiser] heeft verzocht om uitstel voor het indienen van zijn conclusie van repliek. De kantonrechter heeft uitstel verleend tot 14 september 2022. [eiser] heeft geen conclusie van repliek ingediend.
1.3.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.

2.Waar gaat het over?

2.1.
[eiser] is een bedrijf in [.] . [eiser] heeft op 23 september 2017 een Apk-keuring en een onderhoudsbeurt uitgevoerd aan een auto, een Volvo met het kenteken [kenteken] . Op 29 december 2017 heeft [eiser] daarvoor een factuur gestuurd aan ‘ [...] t.a.v. [A] ’.
2.2.
De factuur heeft een totaalbedrag van € 766,96 en een betalingstermijn van veertien dagen. [eiser] vordert in deze procedure betaling van de factuur, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de factuur. [eiser] vordert ook betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten.
2.3.
[gedaagde] voert verweer en stelt dat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat zij nooit zaken heeft gedaan met [eiser] . Zij is niet bekend met de werkzaamheden waarvan [eiser] betaling vordert. De factuur is gericht aan ‘ [...] ’ en dat viel volgens [gedaagde] onder de vennootschap [onderneming] B.V. Die laatste vennootschap is inmiddels opgeheven.
3.2.
[eiser] heeft niet gereageerd op het verweer van [gedaagde] . De kantonrechter gaat er daarom van uit dat er geen rechtsbetrekking bestaat tussen [eiser] en [gedaagde] . De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen.
3.3.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [gedaagde] procedeert in persoon, de kosten aan de zijde van [gedaagde] worden daarom begroot op nihil.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
wijst de vordering af;
4.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op
28 september 2022.