ECLI:NL:RBMNE:2022:4588
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor bouw berging in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht verleende een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het bouwen van een berging die deels in strijd is met het bestemmingsplan vanwege ligging in de bestemming 'natuur'. Eisers, buren van het perceel, maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het besluit.
De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat het college de vergunning terecht heeft verleend met toepassing van de kruimelgevallenregeling (artikel 2.12 Wabo) en dat het besluit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het college had de belangen zorgvuldig afgewogen, onder meer vanwege beperkte overlast, ligging in een tuinachtige setting zonder ecologische waarde, en het behoud van het doorzicht over water.
De rechtbank verwierp de bezwaren van eisers over de toepassing van de antidubbeltelregel, de afstand tot het hoofdgebouw en de slootkant, en oordeelde dat het welstandsadvies zorgvuldig tot stand was gekomen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de vergunning blijft gehandhaafd en eisers geen proceskostenvergoeding ontvangen.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de berging wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft gehandhaafd.