ECLI:NL:RBMNE:2022:4628
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde melkveebedrijf met woning
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn melkveebedrijf met woning, vastgesteld door verweerder op €1.173.000 per 1 januari 2020. Hij stelde een lagere waarde van €1.030.275 voor en voerde bezwaren aan tegen de waardering van de ligboxenstal, de oppervlakte cultuurgrond en de mestsilo.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de waarde voldoende had onderbouwd met een taxatiekaart en gebruik van de Landelijke Taxatiewijzers voor agrarische gebouwen en grond. De rechtbank vond dat verweerder rekening had gehouden met de specifieke omstandigheden van het object, zoals de materiaalkeuze en kwaliteit van de ligboxenstal.
Ten aanzien van de oppervlakte cultuurgrond was er discussie over de omvang, maar eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de grotere oppervlakte cultuurgrond moest worden meegenomen. Voor de mestsilo was de waardering gebaseerd op de Taxatiewijzer en hield verweerder rekening met de matige kwaliteit.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €1.173.000 gehandhaafd.