ECLI:NL:RBMNE:2022:4648
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning in Utrecht voor belastingjaar 2021
Eiser betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, vastgesteld op € 535.000,- per 1 januari 2020. Eiser stelde een lagere waarde van € 461.000,- voor en voerde onder meer aan dat er onvoldoende rekening was gehouden met gedateerde voorzieningen, matige onderhoudstoestand en isolatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder met een taxatiematrix, waarin drie vergelijkbare woningen uit de buurt werden opgenomen, aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De taxatiematrix hield rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte en bijgebouwen, en verweerder hoefde geen rekenmodel te gebruiken voor de KOUDV+L-factoren zolang de waarde voldoende werd onderbouwd.
Eiser trok zijn beroepsgrond over het zorgvuldigheidsbeginsel in en stelde dat de onderbouwing van het indexeringspercentage ontbrak, maar de rechtbank liet deze grond buiten beschouwing wegens schending van de goede procesorde. De stellingen over gedateerde voorzieningen en matige onderhoudstoestand werden onvoldoende onderbouwd en verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de waarde van de woning niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 535.000,- wordt ongegrond verklaard.